}

Afstudeeronderzoek Robic Trainers

DEEL 5: Jim en de dynamische systeemtheorie

De trainers van Robic hebben niet alleen een uitgebreide praktijkervaring in het wielrennen, maar veel belangrijker nog een academische achtergrond in Bewegingswetenschappen. Daarom leek het ons eens leuk alle trainers van Robic nog eens hun afstudeerscriptie uit de kast te laten pakken en kort te beschrijven waar het ook al weer over ging. Zo leer je onze trainers en hun achtergrond nog beter kennen en met een beetje geluk hebben we er als wielrenner ook nog iets aan.

In het 5de deel Jim van den Berg die onderzoek deed in Montpellier naar de dynamische eigenschappen van psychologische constructen zoals zelfvertrouwen volgens het model van de Dynamische Systeemtheorie.

De mens en helemaal de sporter is constant bezig zijn of haar presteren te toetsen en te evalueren. Op basis van deze evaluaties voelen wij ons meer of minder competent wat vervolgens een positieve of negatieve invloed heeft op ons zelfvertrouwen. Uit onderzoek blijkt dat iedereen altijd op zoek is naar het behouden ofwel verhogen van dit zelfvertrouwen.

De manier waarop we onze prestaties evalueren kan grofweg op twee manieren gebeuren. Namelijk op een normatieve of op een ‘self-referenced’ wijze. Volgens de normatieve manier evalueren wij onze prestaties op basis van die van anderen. Betere prestaties van anderen zorgen dus voor een minder positieve uitkomst en andersom, terwijl een ‘self-referenced’ evaluatie wordt gedaan op basis van eigen eerdere prestaties.

De hypothese van mijn studie was dat meer ego-georienteerde sporters (een karaktertrek die hoort bij een normatieve evaluatie) hogere pieken en diepere dalen in hun zelfvertrouwen ervaren dan taak-georienteerde sporters. Daarnaast was de voorspelling dat deze schommelingen in het zelfvertrouwen het patroon zouden volgen van de dynamische systeemtheorie.

Het voert wat ver om hier de complete dynamische systeemtheorie uit te leggen, maar hierbij toch een korte poging. Dynamische systeemtheorie komt oorspronkelijk uit de natuurkunde en beschrijft hoe de toestand van een systeem verandert over tijd. De toestand van iets staat constant onder invloed van het individu en de omgeving, waarbij bepaalde attractoren (zoals bijvoorbeeld een bepaalde karaktereigenschap) constant invloed uitoefenen op de toestand. Onder voldoende druk vanuit de omgeving kan echter een attractor ook van positie veranderen, waardoor een complete verandering van het systeem optreedt.

Dus wat deden wij? Sporters uit uiteenlopende disciplines kregen allereerst een vragenlijst voorgelegd om te bepalen of zij een meer ego- of taakgeorienteerde sporter waren. Daarna werd hun huidige mate van zelfvertrouwen gemeten, waarna allemaal verschillende situaties op een scherm verschenen. De sporter moest de cursor van een muis bewegen om aan te geven wat de invloed was van de beschreven situatie op het zelfvertrouwen.

Hierdoor konden we niet alleen de mate van zelfvertrouwen meten, maar ook de snelheid van de mate verandering. Dit gaf een extra dimensie aan een begrip als zelfvertrouwen.

Ego-georienteerde sporters bleken veel ‘vatbaarder’ voor verstoringen van het zelfvertrouwen wat diepere dalen, maar ook hogere pieken opleverde. Dergelijke inzichten van te voren vaststellen bij een sporter kan een coach enorm helpen in het stellen van doelen en bij de evaluaties van trainingen en wedstrijden.

Intensive Course deelnemers in januari 2009 als onderdeel van de European Master Sport Psychology