}

Afstudeeronderzoek Robic Trainers

Deel 4: wilma en Binnenkantje voet voor F-pupillen

De trainers van Robic hebben niet alleen een uitgebreide praktijkervaring in het wielrennen, maar veel belangrijker nog een academische achtergrond in Bewegingswetenschappen. Daarom leek het ons eens leuk alle trainers van Robic nog eens hun afstudeerscriptie uit de kast te laten pakken en kort te beschrijven waar het ook al weer over ging. Zo leer je onze trainers en hun achtergrond nog beter kennen en met een beetje geluk hebben we er als wielrenner ook nog iets aan.

In het 4 deel Wilma Franken  die onderzoek deed naar de effecten van impliciete en expliciete instructies. Wilma’s onderzoek richtten zich op jonge voetballertjes, maar impliciete leerinstructies zijn ook zeker te vertalen naar de racefiets. Lees er hieronder alles over.

In de sportpraktijk blijkt vaak dat sporters op beslissende momenten in de wedstrijd falen, terwijl de vaardigheid toch ontelbare keren is geoefend en perfect wordt beheerst in de training. Welke variabelen zijn bepalend voor het succes op deze belangrijke momenten in de sport? Kan de manier waarop een vaardigheid wordt aangeleerd een rol spelen in de uitvoering van de handeling? Kortom: wat is de beste manier om een sportvaardigheid aan te leren?

Rond de jaren 2000, de jaren waarin ik mijn onderzoeksscriptie schreef, was dit een belangrijk item binnen de studie bewegingswetenschappen, richting sport, aan de VU.

Diverse auteurs gaven in de jaren 1990 aan dat binnen het aanleren van sportvaardigheden impliciete en expliciete wijzen van het verwerven van een vaardigheid onderscheiden kunnen worden (Masters, 1992, Green and Flowers, 1991).

In de literatuur werd onder het impliciet verwerven van een vaardigheid verstaan ‘het leren van het verband tussen stimulus of stimuli en acties zonder dat men zich op een of andere manier bewust is van dit verband’ (Berry en Dienes, 1993).

In het geval dat een vaardigheid expliciet werd geleerd, werd in de beginfase gebruik gemaakt van expliciete kennis en instructies. In een vergevorderd stadium zou deze expliciete kennis geautomatiseerd worden en krijgt dan een meer impliciet karakter. Dit wordt geïllustreerd door de klassieke leertheorie van Fitts en Posner (1976) waarbij uitgegaan wordt van een eerste, cognitieve leerfase. Degene die de beweging leert kan in deze fase verwoorden wat hij moet doen. In de tweede, associatieve leerfase hoeven beslissingen niet meer bewust genomen te worden en wordt een idee verkregen over het gevoel wat bij een bepaalde bewegingsuitvoering hoort door verbale informatie te koppelen aan proprioceptieve informatie (het vermogen om de positie van het eigen lichaam en lichaamsdelen waar te nemen). In de derde, de autonome, leerfase wordt de vaardigheid geautomatiseerd.

Jaren lang is aangenomen dat expliciet leren essentieel was voor het aanleren van vaardigheden (Schmidt, 1991) maar studies uit eind jaren ’90 ( Wulf tand Weigelt,1997; Liao and Masters, 2001) geven aanleiding om te twijfelen aan de superioriteit van het expliciet leren van een sportvaardigheid.

In de door ons uitgevoerde studie, is het effect van impliciete en expliciete instructies onderzocht. Hierbij is gekeken naar het leren plaatsen van de bal met de binnenkant van de voet door kinderen van 5 tot 8 jaar. De impliciet lerende groep in deze studie werd getraind met behulp van een sticker op de binnenkant van de schoen. De expliciet lerende groep kreeg duidelijke instructies hoe de bal geraakt moest worden volgens het praatje-plaatje-daadje model (van Lingen en Pauw, 2001). Ook werd motiverende feedback gegeven. Daarnaast werd gebruik gemaakt van een controle groep waar geen enkele instructie aan gegeven werd.

Uit de resultaten van de studie kon de conclusie getrokken worden dat elke vorm van instructie bij kinderen een faciliterend effect heeft. Daarbij lijken kinderen sneller te leren wanneer een expliciete instructie gegeven wordt. Maar het bereikte leereffect blijkt niet stressbestendig te zijn. Als een impliciete vorm wordt gebruikt, lijkt de prestatie veel stabieler te zijn en niet onder stresssituaties te leiden. Onze studie is in een later stadium regelmatig herhaald binnen verschillende sportvaardigheden en voor verschillende leeftijdsgroepen. Steeds met hetzelfde resultaat.

Wat betekent dit voor de sportpraktijk? Bovenstaande bracht de coach in een best wel lastige positie. Wanneer een trainee teveel expliciete kennis heeft, is deze vatbaar voor de negatieve effecten van stress op de prestatie. Aan de andere kant wordt er wel sneller geleerd. Vele jaren van onderzoek later blijken impliciete leermethoden toch de voorkeur te hebben vanwege het feit dat de aangeleerde sportvaardigheid stressbestendiger lijkt. Bij impliciete leervormen kan gedacht worden aan bijvoorbeeld spelvormen, aandacht richtende stickers, een bel in de linker bovenhoek van een goal enz. Maar er zijn ook andere vormen van impliciet leren. Zo kan een instructie gegeven worden die de gewenste beweging aan de hand van een metafoor beschrijft (analogie leren), waardoor geen regels over de beweging worden geleerd. In het tafeltennis kan een bal met topspin terug gespeeld worden. Om dit aan te leren kan bijvoorbeeld de instructie gegeven worden dat het batje zo bewogen wordt alsof het over een berg heen beweegt. Ook kunnen instructies gegeven worden die de nadruk leggen op de effecten die de beweging moet bewerkstelligen op de omgeving, zodat iemand minder bewust is van hoe de beweging uitgevoerd wordt. Denk bijvoorbeeld aan het schieten van een basketbal, waarbij de aandacht gericht wordt op de achterkant van de ring. Daardoor is men zich minder bewust van de manier waarop de schietbeweging gemaakt moet worden. Weer een andere methode is er juist op gericht om zelfevaluatie te verminderen door de omgeving zo in te richten dat de kans op het maken van fouten heel klein is, om vervolgens de taak stap voor stap een beetje moeilijker te maken (http://www.meedoenmetsport.nl/nieuws/definitie-wat-is-impliciet-leren/).

Hoe kan dit dan toegepast worden binnen het wielrennen…….. Voor het aanleren van techniek kan het bijvoorbeeld handig om kinderen lekker te laten spelen op de fiets en zelf uit te laten vinden hoe de fiets reageert en wat je er mee kan doen. Ook kunnen jeugdtrainers belangrijk regelmatig spelletjes op de fiets te doen. Denk ook aan circuitjes op een parkeerterrein (8-tjes draaien tussen pionnetjes, lage stoeprandjes op en af springen) maar ook fietsen in oneffen terrein op de MTB en Cyclecross fiets. Daarbij kunnen de circuitjes of parcoursen steeds wat moeilijker gemaakt worden. In principe zijn de mogelijkheden eindeloos, zolang maar geen bewuste relatie gelegd wordt tussen de instructie en de uitvoering van de beweging.

Samenvattend is het doel van impliciete leermethodes dus de vorming van bewuste kennis over de bewegingsuitvoering tijdens het leerproces te beperken. Of dit ook daadwerkelijk gebeurt kan pas achteraf gecontroleerd worden door een deelnemer te vragen naar regels van beweging die hij heeft ontdekt.

Berry, D.C. and Dienes, Z. (1993). Implicit learning: Theoretical and empirical issue. Hove, Lawrence Erlbaum Associates.

Fitts, P.M. and Posner, M.I (1976). Human performance. Belmont, CA: Brooks/Cole.

Green, T.D. and Flowers,J.H. (1991). Implicitversus expicit learning processes in a probablistic, continuous, fine-motor catching task. Journal of Motor Behaviour, 23, 293 – 300.

van Lingen, H. and Pauw, V. (2001). De bal is rond……en dat is best moeilijk. Het coachen van de allerjongste voetballers. Zeist: Koninklijke Nederlandse Voetbalbond.

Liao, C.M. and Masters, R.S.W. (2001). Analogy learning: A means to implicit motor learning. Journal of Sport Science, 19, 307-319.

Masters, R.S.W (1992). Knowledge, knerves and knowhow: The role of explicit versus implicit knowledge in the breakdown of a complex motor skill under pressure. British Journal of Psychology, 83, 343-358.

Schmidt,R.A (1991). Motor learning and performance: Testing the concious proccessing hypothesis. Journal of Sport Science, 18, 785 – 799.

Wulf, G. and Weigelt, C. (1997). Instructions about physical principles in learning a complex motor skill: To tell or not to tell…….Research Quarterly for Exercise and Sport, 68 (4), 362 – 367.

Definitie: Wat is impliciet leren?